Rendieren

Begin 20ste eeuw waren de rendieren op Spitsbergen door toedoen van de mens bijna uitgestorven. Door wettelijke maatregelen worden ze sinds 1925 beschermd en vanaf dat jaartal is het aantal dan ook weer toegenomen. In 1969 is het een Nederlandse expeditie die een begin maakt met de systematische bestudering van rendieren op EdgeÝya. Dat zelfde jaar wordt door de Noren voor het eerst een  volledige luchttelling uitgevoerd. Er blijken dan ca. 1500 rendieren op het eiland te leven. In 1973 bleek het aantal te zijn toegenomen tot 1700.
In het binnenland worden er bijna geen rendieren waargenomen. Dit is makkelijk verklaarbaar, omdat er  in de dalen tussen de grote gletsjers met hun gladde hellingen er nauwelijks sprake is van vegetatie. Langs de kust daarentegen is er voedsel in overvloed. Toch kennen de rendieren een groot voedselprobleem. Het grootste deel van het jaar, negen maanden, is hun voedselvoorraad grotendeels onder sneeuw verdwenen en voor hen onbereikbaar. In de drie maanden durende zomer ontwikkelen de rendieren een enorme vraatzucht om een grote vetreserve te kunnen kweken.
De kritieke periode is het einde van de winter, er komen dan enkele dooidagen voor die direct gevolgd worden door dagen van strenge vorst. Hierdoor vormt zich een ijslaag op de sneeuw en het plantendek en wordt het vrijwel onmogelijk om nog bij het voedsel te komen.

Het is dan ook in deze moeilijke periode, vlak voor de zomer, dat veel rendieren de hongerdood sterven.

Uit onderzoek is gebleken dat het vooral de mannetjes zijn die de winter niet overleven. Hun hoogste leeftijd ligt op 10 jaar terwijl de wijfjes 16 kunnen worden.

Ook rendierwijfjes hebben een gewei dit in tegenstelling tot andere hertachtigen, wel is dit kleiner dan het mannelijke gewei, wat gebruikt wordt bij gevechten om een vrouwtje. Beide geslachten verliezen elk jaar hun gewei. Kenmerkend voor de rendieren in Spitsbergen is hun lichaamsbouw. Ze zijn dikker en hebben kortere poten.
De rendieren in Spitsbergen grazen meestal in groepjes van 2 of 3 dit in een groot contrast tot de grote kuddes in ScandinaviŽ en Canada. Waarschijnlijk is het verschil in groepsgrootte een gevolg van het feit dat er op Spitsbergen geen natuurlijke vijanden zijn.

bron: Rendieren en hun milieu - een expeditie naar Spitsbergen
         Nederlandse Stichting voor Arctisch Natuurwetenschappelijk Onderzoek