Longyearbyen 78 N

De kleurrijke huisjes van Longyearbyen 

Dit betekent 'dorp van Longyear'.
De zakenman John Munro Longyear was met een cruise mee en bereikte in 1901 Adventfjorden. Hij hoorde van de steenkoolmijnen en kocht ze samen met Frederick Ayer. Zo onstond in 1906 het stadje Longyearcity.

Longyearbyen heeft een populatie van 2200 mensen en is daarmee de grootste plaats op Spitsbergen. Hier bevindt zich het vliegveld, de woning van de Sysselmann, de universiteit, een kerk, een begraafplaats, 2 musea, een winkelcentrum, een aantal restaurants, hotels en de meest noordelijke camping ter wereld.
Ook grote cruiseschepen van over de hele wereld meren hier een dag aan zodat de passagiers thuis trots kunnen vertellen dat ze er geweest zijn.
Een groot deel van de inkomsten komt van de toeristenindustrie. Men verkoopt fossielen en prachtige kledingstukken van bont, die gretig aftrek vinden onder de cruise-schepen-passagiers.

Alleen rondom Longyearbyen mag je ongewapend rondlopen, vanwege de bedrijvigheid in en rond de stad blijven de meeste ijsberen op afstand.
Als men buiten dit gebied wil reizen, moet men een plan kunnen overleggen bij de Sysselmann.
De Sysselmann is de gouverneur van Spitsbergen. Hij/zij moet in de gaten houden of iedereen de wetten wel naleeft. 

Cultureel erfgoed

Een erfenis van de mijnbouw

terug naar kaart