Barentsburg

78° 04' N - 14° 13.5' E

 

Nadat in 1900 een stuk steenkoolrijke grond werd geclaimd door een Noors bedrijf, werd het eerste huis werd gebouwd in 1912. Meer claims door diverse bedrijven en personen volgde, maar in 1915 waren al deze claims verkocht aan een Russisch bedrijf.

Omdat in Rijpsburg de steenkool slecht afgevoerd kon worden en ook de hoeveelheid niet rendabel zou zijn, was men op zoek naar een ander alternatief. In 1920 kocht Isefjord Kulcompagniet A/S de mijn van de russen. Op 20 januari 1921 werd de Nederlandsche Spitsbergen Compagnie, afgekort Nespico opgericht. Voor de financiering van de mijn, de installaties en gebouwen werden aandelen uitgegeven. Het kapitaal dat met aandelen werd uitgezet was 5 miljoen gulden. In januari 1922 werden de claims en bezittingen van de A/S Isefjord Kompagniet (Kaap Boheman en het westelijk deel van Green Harbour) overgedragen naar Van der Eb en Dresselhuys’ Scheepvaart Maatschappij. En op haar beurt droeg deze de bezittingen in oktober 1924 over aan Nespico.


foto: Barentsburg Pomor Museum

 

Barentsburg in de Nederlandse tijd

1920 - 1931

Rond 1925 was de mijn in Barentsburg en de bijbehorende installaties en infrastructuur zo goed als voltooid. Door problemen met de financiering werd de mijn in de herfst van 1926 gesloten. In de winter die volgde bleven slechts 5 man achter om de mijn en installaties te onderhouden en te bewaken.
Een van deze wachtsmannen, de Nederlander Sjef van Dongen zou met de honden van Nespico en een Italiaanse officier nog in het nieuws komen. Zij voerden in 1928 een van de reddingsacties uit naar de overlevenden van het neergestorte luchtschip Italia.

Poolheld Sjef van Dongen op zoek naar Nobile (1928)

Inmiddels waren verschillende pogingen ondernomen om het bedrijf weer gezond te krijgen. De waarde van de aandelen werd verminderd maar een herstart van de mijn zat er uiteindelijk niet meer in. De belabberde omstandigheden op de kolenmarkt maakte het er niet makkelijker op. Er werden besprekingen aangegaan met de Noren voor het verkrijgen van geld met de mijn in Barentsburg als onderpand . Ook de verkoop van de mijn aan de Noren liep op niets uit.
Uiteindelijk werd de mijn in 1932 verkocht aan de Russen. Het Russische Arktikugol kocht in juni 1932 de eigendommen van Nespico: de claimgebieden van oostelijk Green Harbour voor 450.000 gulden en die op Kaap Boheman voor 50.000 gulden. De installaties en bebouwing van Barentsburg wisselde voor 750.000 gulden van eigenaar. Een gedeelte van het totaalbedrag werd na het afsluiten van de koop betaald, het resterende bedrag in jaarlijkse termijnen tot juli 1941, opgehoogd met 6,5% rente. Elk jaar ontving Nespico daadwerkelijk een bedrag ter grootte van ruim 120.000 gulden en werden de aandeelhouders jaarlijks enkele guldens uitbetaald. De aandelen werden daarvoor telkens afgestempeld. Over het afbetalen van de laatste twee termijnen, die van juli 1940 en 1941 is niets bekend.

Nu nog wordt de mijn in Barentsburg geëxploiteerd door Trust Arktikugol.
Erg winstgevend is de steenkoolwinning niet meer. Steeds minder mensen bewonen deze stad.
In 1990 woonden er nog meer dan 1000 mensen, nu zijn dat er een stuk minder.

Kenmerkend zijn de vele katten die er rondlopen, de noren hebben een kattenverbod.
Tot 2005 was er ook nog een boerderij waardoor de inwoners over vers vlees beschikten.
En het Pomor-museum is niet groot maar heeft wel een grote archeologische en geologische collectie.

31 augustus 2006 is er een plan gepresenteerd om van Barentsburg een 'ecologische stad' te maken.

Tekst: Jack Kauw & Michelle van Dijk